Thursday, September 11, 2014
Buitenaardse viespeuken (column)



Als elders in het heelal intelligente wezens leven, dan zijn het misschien wel net zulke smeerlappen als wij. Misschien zijn ze, net als mensen, zo briljant om industrieën op te zetten en hun atmosfeer te vervuilen. Laten we het hopen! Want in dat geval zouden we ze over een jaar of drie weleens in het vizier kunnen krijgen.

Avi Loeb, astronoom aan de Harvard Universiteit, wijdt er in september een bloedserieus artikel aan in het tijdschrift The Astrophysical Journal Letters. Bepaalde stoffen komen niet van nature voor op aarde-achtige planeten. Wanneer die stoffen toch in de atmosfeer zitten, moet dat bijna wel duiden op industriële activiteit. En dus op intelligentie. Met een nieuwe telescoop, de James Webb Space Telescope (JWST), is het vanaf 2018 mogelijk om die stoffen waar te nemen.

Ik verheug me al op de beteuterde reacties van fanatieke alien-speurders en eindtijdprofeten: geen wonderschone graancirkels en lichtgevende ufo's, maar vuiligheid wijst ons de weg naar buitenaardse beschavingen. Er is één klein probleem, zegt Loeb tussen neus en lippen door: hun atmosfeer moet minstens tien keer zo ranzig zijn als de onze, anders zien we de vervuiling niet. Ik wil geen kniesoor zijn, maar je kunt je afvragen hoe intelligent een beschaving is die dat voor elkaar krijgt.
De kans daarop lijkt me, eerlijk gezegd, bar klein.

Maar stel nou eens, dat de dichtstbijzijnde ruimtemannetjes inderdaad zo onintelligent zijn, dat ze hun atmosfeer níet vervuilen. Maar dat ze wel zo snugger zijn om de evenknie van de JWST in elkaar te knutselen. Dat biedt plotseling veel meer perspectief. Als die domme aliens zich zo nodig willen verschuilen achter hun schone atmosfeer, dan pompen we gewoon zelf de lucht vol smerigheid. We zijn al op de juiste weg. Even op dezelfde voet doorgaan, dan ontdekken ze ons vanzelf.

(Sir Edmund, De Volkskrant, 30 augustus 2014)
Read more
Wednesday, September 10, 2014
'Je moet niet alles willen populariseren'


Ze mag dan 's lands bekendste wiskunde-popularisator zijn, zelf heeft Ionica Smeets dat vak met vallen en opstaan geleerd. 'Het is een illusie dat je de kennis die jij in jaren studie hebt opgedaan, in één optreden of artikel aan een publiek kunt overbrengen.' Na drie boeken heeft het wiskundemeisje nog meer ambities: 'Ik zou heel graag buitengewoon hoogleraar worden. Het lijkt me erg leuk om eerstejaars te laten zien hoe leuk wiskunde is en wat je ermee kunt.'


"Wiskundigen vroegen me ooit tijdens een conferentie in Eindhoven hoe ze meer aandacht konden creëren voor het onderwerp. Vervolgens bleek, dat ze een aanvraag van Hart van Nederland hadden geweigerd!" Ionica Smeets trekt een stomverbaasd gezicht. Gezeten aan haar eettafel in Leiden vertelt ze over de basisregels van de wetenschapscommunicatie. De belangrijkste les: leer breed denken en je in te leven in een publiek dat nooit een collegezaal van binnen heeft gezien. Dat dit echt niet altijd meevalt, weet ze uit eigen ervaring.

"Als ik iets zelf interessant vind, wil ik eigenlijk dat iedereen het te weten komt. Tegenwoordig vraag ik me echter af, of ik een soortgelijk nieuwsbericht ook zou willen lezen over scheikunde. Zo niet, dan kan ik het artikel beter niet schrijven. Natuurlijk ga ik nog steeds wel op mijn bek."

Dat 'op haar bek gaan' vond de wiskundige zo instructief, dat ze besloot om haar ervaringen op het gebied van wetenschapscommunicatie te delen met anderen. Wat het boek extra charmant maakt, is dat niet alleen zij zelf, maar ook andere bekende popularisators - wetenschappers, voorlichters, journalisten - openhartig vertellen over hun trucs en leermomenten. Bijvoorbeeld Ivo van Vulpen, deeltjesonderzoeker bij Nikhef, die ooit een camerateam over de vloer kreeg toen hij iets moest vertellen over het Higgsdeeltje. Terwijl hij een verhaal van een uur had voorbereid, ging de camera na twee minuten uit. Fijn als een ander daarvan ook kan leren, redeneerde Smeets.  

"Het boek is bedoeld voor iedereen die zich bezighoudt met het uitleggen van exacte wetenschap voor een breed publiek. Het had mij veel tijd en moeite bespaard, als er jaren geleden al zo'n boek was geweest."

De rest van dit artikel is te lezen in Slash Magazine, n.9, sept. 2014
Fotografie: Vincent van den Hoogen
Read more
Friday, August 15, 2014
Plaspauze op Lowlands (blog)



Je blaas staat op knappen en er staat een rij van vijf mensen voor het plashok op Lowlands. Drie mannen en twee vrouwen. Paniekerig loer je om je heen: nergens op het terrein is een struik te bekennen, dus ongezien wildplassen zit er niet in. Bijna hupsend van nood ga je in de rij staan. Hoe lang duurt die martelgang?

Dat kun je eenvoudig berekenen met behulp van de Grote Urineerwet.

De wet is vorig jaar bedacht door wetenschappers van het Georgia Institute of Technology in Atlanta. Ze onderzochten de plastijd van verschillende zoogdieren en kwamen tot een opmerkelijke conclusie: alle zoogdieren, behalve de kleintjes van minder dan een kilo zwaar, doen ongeveer twintig seconden over hun plaspauze. Dat is zo opmerkelijk, omdat ze onderling nogal verschillen in de omvang van hun blaas. Die van een Deense dog kan bijvoorbeeld 1,4 liter bevatten, die van ons ongeveer 400 mililiter. Toch plassen mensen en honden ongeveer even lang als een Afrikaanse olifant, die er maar liefst 160 liter uit werkt. Daar kun je bijna drie keer van douchen.




Natuurlijk is het fijn voor de olifant dat zijn kleine boodschap geen drie douchebeurten in beslag neemt. Dat zou nogal riskant zijn, daar op de Afrikaanse Savanne. Dat hij ongeveer net zo lang plast als een bezoeker van Lowlands, komt doordat hij een urinebuis heeft met een doorsnede van tien centimeter en een lengte van ongeveer een meter. Die lengte, in combinatie met de zwaartekracht, zorgt ervoor dat olifantenurine versneld naar beneden stroomt. Hoe groter de massa van een dier, des te langer en breder blijkt de urinebuis.  

Iedereen in de rij plast dus ongeveer twintig seconden lang. Het gehannes met kledingsstukken voor en na het plassen duurt ongeveer een minuut. Veel vrouwen maken de wc-bril van een plashok vooraf schoon met een zakdoekje, of ze draperen zakdoekjes over de bril om bilcontact te voorkomen: nog eens twee keer een halve minuut. Zo komen we uit op een wachttijd van 7 minuten en 40 seconden. Dat is best lang als je echt heel nodig moet. Succes met niet denken aan lekkende kranen.

(En als je nu in de rij staat, kijk dan vooral niet naar dit filmpje.)


Read more
Tuesday, August 5, 2014
Gaskraan Nederland


Nederland heeft zijn zinnen gezet op een nieuwe manier om ook in de toekomst geld te verdienen aan aardgas. Met de zogenoemde gasrotonde zullen we gas vanuit de hele wereld Europa in pompen. Een ambitie waaraan de nodige technische hindernissen kleven. 

Meer dan 10 miljard euro verdient Nederland jaarlijks aan de verkoop van aardgas aan het buitenland. Dat gas is vooral afkomstig uit Groningen en deels uit Rusland en Noorwegen. Nu de Groningse gaswinning met steeds meer moeite en gerommel gepaard gaat, wordt pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk ons land is van die aardgasbaten. Het vooruitzicht dat we van gasverkopers in tandeloze gasafnemers veranderen, bezorgt zowel de overheid als de energiesector koude rillingen. 

Dé manier om dat doemscenario af te wenden: de gasrotonde. Het plan is om aardgas uit allerlei bronnen te verzamelen en door te sluizen naar andere landen. Niet alleen via pijpleidingen vanuit Rusland, maar ook in vloeibare vorm vanuit landen over de hele wereld. Het ijskoude LNG (liquified natural gas) wordt dan als scheeplading aangevoerd en in Rotterdam opgeslagen in de Gate Terminal. Eenmaal opgewarmd kan het gas ons leidingnet in, of het kan in vloeibare vorm vervoerd worden naar LNG-tankstations in Nederland en elders.

De gasrotonde moet leiden tot miljardeninvesteringen door het bedrijfsleven en een veelvoud aan opbrengsten door nieuwe economische activiteiten. Bovendien heeft het plan groene randjes: ook biogas kan de gasrotonde worden ingesluisd. Denk aan een koeienboer die methaan onttrekt aan zijn gierput. Daarnaast is het de bedoeling om diesel als brandstof in de transportsector geleidelijk te vervangen door LNG. Dit zou de uitstoot van koolstofdioxide en fijnstof drastisch verlagen. Kortom, de Nederlandse gaskraan blijft een geldkraan en nog een groene ook. Helaas is die kraan zelf daar nog niet helemaal klaar voor.  


Lees de rest van dit artikel in KIJK nr 9/2014
Read more
Thursday, July 3, 2014
In Memoriam: Costa Concordia (2006-2012)



Het noodlot stond in haar sterren geschreven. De Costa Concordia was vanaf haar tewaterlating een ongeluksschip.

Ze hadden haar moeten slopen, voordat ook maar iemand een voet aan boord zette. Dan had Dockwise, dochteronderneming van het Nederlandse Boskalis, zich nu de moeite kunnen besparen. Vraag het de bijgelovige zeelui van Civitavecchia, het Italiaanse havenplaatsje waar ze op 7 juli 2006 werd gedoopt. Toen het hoogblonde model Eva Herzigová de fles champagne richting haar boeg wierp, bleef de fles ongehavend bungelen in de lucht. Een duidelijker voorteken bestaat er niet.

De eigenaar van het ongeluksschip, de cruise-organisatie Costa Crociere, besloot het voorval te negeren. Niet zo vreemd ook, gezien de 450 miljoen euro die ze voor de dame hadden neergeteld. Ze noemden haar 'Costa Concordia', opdat ze de gewensde eendracht van de Europese naties zou symboliseren. Haar dertien dekken waren vernoemd naar lidstaten van de Europese Unie.  

Afgezien van haar naam deed niets aan Concordia overigens denken aan hogere Europese waarden, hoewel grenzeloze consumptie natuurlijk ook een waarde is. Ze was vooral gigantisch: ruim 290 meter lang en 35 meter breed, groot genoeg om 3.780 gasten en 1.100 bemanningsleden van overdadige luxe te voorzien. Ze verwende haar passagiers met een theater van drie verdiepingen, een casino, een disco, een wellness-centrum, vier zwembaden, een kinderafdeling met videospelletjes, vijf restaurants en dertien bars, allemaal uitgevoerd in blinkend groen, roze, blauw en veel goud. Op elke traptrede gloeiden lichtjes.  

Twee jaar oud was ze, toen ze tijdens een storm een aanlegsteiger in Palermo ramde. Niemand stond er lang bij stil, want gewonden vielen er niet.
We hadden pas echt wantrouwig moeten worden in de zomer van 2009. Vijftien passagiers moesten toen het schip voortijdig verlaten, allen behoorlijk ziek en vermoedelijk besmet met het vogelgriepvirus. De eerste dode viel een paar maanden later. Een 33-jarige Rus verdronk in de nacht van 3 op 4 mei 2010, ergens bij de Franse kust. De toedracht is onbekend, maar men vermoedt dat de man zelfmoord pleegde. Misschien werd de dagelijkse ochtendgymnastiek met gezette bejaarden hem te veel, of wilde hij tijdens het eten niet langer worden gadegeslagen door zeemeerminnen, kunstig gesneden uit parmezaanse kaas.

Zelfs toen ze dat najaar een hijskraan in Savona uit evenwicht bracht, waardoor het gevaarte bijna op haar dek viel, bleef het grootste cruiseschip van Italië onverminderd populair. Concordia beloofde immers, zoals een reclamefilmpje uit die tijd adverteerde, 'tutto relaks', oneindige ontspanning. Laat maar lekker waaien. Juist die houding zou 32 opvarenden twee jaar later het leven kosten.

Het was een rustige avond, januari 2012. De kapitein van het cruiseschip, Francesco Schettino, bedacht dat het wel leuk zou zijn om extra dicht langs de kust van Isola del Giglio te varen, bij wijze van groet aan een gepensioneerde collega. De rest van het verhaal is bekend: Concordia haalde haar flank open aan de rotsen. Branddeuren die dicht moesten zijn, bleken open te staan - lekker makkelijk voor het personeel. De gasten, van 62 nationaliteiten, bleven eendrachtig te lang aan boord, terwijl de kapitein vluchtte. Die nacht maakte Concordia waar wat zes jaar eerder al duidelijk had moeten zijn. Haar sterfdag: vrijdag de dertiende.

In: De Volkskrant, Sir Edmund, 28 juni 2014
Read more
Tuesday, June 17, 2014
In Memoriam: Loon Balloon


Gehoorzaam doen wat je behoort te doen is een apparaat niet altijd gegeven. Een Loon Balloon van Google stierf onlangs door zijn eigen dwaze actie.

Het licht ging veel te vroeg en onverwachts uit. Al om één uur 's middags raakten verschillende huishoudens in het Amerikaanse stadje Yakima verstoken van elektriciteit en het duurde tot zes uur voordat de lampen weer brandden. Loon Balloon, een enorme luchtballon van Google, was tijdens een doldwaze afdaling verstrikt geraakt in elektriciteitsdraden.

Loon nam deel uit van 'Project Loon', een even maf als geheimzinnig project van internetgigant Google. Doel van het project: internet verspreiden onder allen die hiervan nog altijd verstoken zijn - volgens Google ongeveer vijf miljard zielen. Zij die buiten het bereik wonen van satellieten en internetkabels, zullen hun signalen in de toekomst misschien ontvangen via op afstand bestuurbare luchtballonnen, die op twintig kilometer hoogte meevliegen met windstromen in de stratosfeer. Het principe is simpel: antennes bij de mensen thuis ontvangen radiosignalen van overvliegende ballonnen, die hun signalen weer ontvangen van elkaar en van een basisstation dat verbonden is met een locale internetprovider. Dan moeten de ballonnen echter wel netjes in de lucht blijven. Google wil niets kwijt over de ballon in Yakima en de omstandigheden die leidden tot zijn dood. Wel weten we, dat de ballonnen hun naam eer aan doen. Loon was niet de eerste ballon die zo gek was om af te wijken van zijn instructies.

Al op 16 oktober 2012, twee jaar voor de officiële start van het project, veranderde een eigenwijze proefballon doodleuk van koers. Zijn zotte actie veroorzaakte veel opwinding in het plaatsje Pike County, Kentucky, waar de politie die dag werd overstelpt met telefoontjes van mensen die een 'buitenaards ruimteschip' hadden waargenomen. Dagen later vond Google de ballon weer terug in Canada, dankzij enthousiaste UFO-trackers.
Andere proefballonnen lieten dezelfde vreemde fratsen zien. In een filmpje over het project noemt een medewerker van Google het terugvinden van zulke ballonnen minstens zo moeilijk als het ontwerpen ervan. Niettemin vindt Google de resultaten tot nu toe hoopgevend. Begin april maakte een van de Loons een reis om de wereld in 22 dagen. Het was wel een klein rondje, vanaf Nieuw Zeeland om Antartica heen, maar toch. Later dit jaar moeten de ballonnen een luchtketting boven de zuidelijke breedtegraad vormen, zodat proeftesters in dit gebied continu ballon-internet kunnen ontvangen.

Ruim voordat Loon Yakima in rep en roer bracht, was hij opgestegen vanuit een woestijn in noordelijk Nevada. Hij droeg zonnepanelen met zich mee voor zijn energievoorziening, elektronica, plus een luchtpomp om te kunnen dalen en stijgen naar luchtlagen die hem in de juiste richting zouden voeren. Hij was, kortom, klaar om honderd dagen rond te drijven aan het firmament. Maar zoals dat dolle ballonnen soms eigen is, verloor hij de lust daartoe al snel. Misschien doordat zijn lithium-ionbatterijen zeurden over de extreme kou, of vanwege scheurtjes in zijn vijfhonderd vierkante meter omspannende plastic lijf. Misschien kreeg hij gewoon de lente in zijn bol. In elk geval liet Google de Amerikaanse luchtvaartdienst op dinsdag 27 mei alvast weten dat de ballon de volgende dag omlaag zou komen. Op zijn eigen, gekke manier.
Read more