Sunday, October 25, 2015
Geloof, hoop en wetenschap



Renata was smoorverliefd op haar geliefde, ook al hield hij er talloze andere vrouwen op na. Zijn autoriteit maakte hem onversmadelijk. “Kijk”, zei ze opgewekt, “als ik het allemaal even niet meer weet, sla ik de bijbel open op een willekeurige plek en lees wat er staat. Dat is dan zijn antwoord op mijn vraag.”

Renata was een non, verloofd met de Zoon van God. Tijdens mijn afstudeerproject in een Pools klooster, midden jaren negentig, trok ik een halfjaar met haar op. Ondanks haar liefdevolle pogingen mij te bekeren, verliet ik het klooster zoals ik gekomen was: zo ongelovig als wat. Ik werd wetenschapsjournalist en baseerde mijn hoop en geloof liever op ‘peer reviewed’ artikelen, dan op eeuwenoude psalmen.

Nu heeft de wetenschap ook niet alle antwoorden paraat, zeker niet als het gaat om menselijk gedrag. De negentiende eeuwse filosoof Wilhelm Dilthey sprak daarom over het verschil tussen ‘Verstehen’ (begrijpen) en Erklären (verklaren). Omdat mensen zich nou eenmaal niet wetmatig gedragen, mogen geesteswetenschappers al blij zijn als ze de mens een beetje begrijpen - wat dat dan ook inhoudt. Goed, psychologen proberen hun proefpersonen wel eens met kwantitatieve laboratoriumexperimenten wetenschappelijk vast te pinnen, maar hun conclusies blijken in 65 procent van de gevallen gebaseerd op drijfzand.

Nee, dan de techniek! Al jaren schrijf ik daar liever over dan over mijn eigen vakgebied. Niets is immers zo voorspelbaar als een voorgeprogrammeerde robot, of een milieuvriendelijke zonneauto. Niet dat techneuten zich nooit laten verrassen door ontploffende rakketten of eigenzinnig trillende deeltjes, maar ze weten in elk geval dat een redelijke verklaring altijd voor handen is. Ook wie houdt van optimistische vergezichten moet bij de technische wetenschappen zijn. Geen probleem te groot, of er is wel een montere techneut die een oplossing in elkaar denkt te kunnen sleutelen. 

Klimaatverandering? We verhogen wat dijken, tappen water uit elektriciteitscentrales en maken zout water zoet. Energietekorten? De kernfusiereactor is bijna klaar. Overbevolking? Mars is dichterbij dan je denkt. Natuurlijk moeten we ook gedragsaspecten niet uit het oog verliezen, maar ja, nou, dus.


Toch bekruipt me de laatste weken het ongemakkelijke gevoel, dat op sommige problemen geen enkel vakgebied een sluitend antwoord heeft. Dat onze geschiedenis uiteindelijk geschreven wordt door grillige politici die grenzen sluiten en crisisberaad voeren - wat de wetenschap er ook van vindt. Soms denk ik terug aan Renata. Zij zou gewoon haar bijbel openslaan en misschien wel uitkomen bij de passage over geloof, hoop en liefde. Was ik maar een Poolse non.

In: UTNieuws, oktober 2015
Read more
Friday, October 23, 2015
De gepimpte botten van Mona Lisa


In een klooster in Florence zouden de botten zijn gevonden van Lisa Gherardini, de koopmansvrouw die volgens velen model heeft gestaan voor de Mona Lisa van Leonardo da Vinci. De vondst komt de stad goed uit.


“De wetenschap heeft het niet weerlegd.” Langzaam en zorgvuldig spreekt Giorgio Gruppioni op 24 september deze woorden uit, terwijl zes cameraploegen uit binnen- en buitenland zich om hem verdringen. Achter hen liggen eeuwenoude graftombes die de afgelopen jaren zijn opengebroken. Gruppioni leidde het moleculaire onderzoek naar de skeletten die hier zijn gevonden. Zijn conclusie: één set beenderen zou afkomstig kunnen zijn van Lisa Gherardini, de koopmansvrouw die wellicht model heeft gestaan voor de Mona Lisa. Hier, in het Florentijnse klooster van Sint Ursula, werd ze in 1542 begraven. Weerlegd heeft hij het niet, maar volledige zekerheid omtrent de identiteit van de botten kan de wetenschapper evenmin geven.
Gruppioni’s zorgvuldigheid is begrijpelijk: het onderzoek zorgde de afgelopen jaren voor hooggespannen verwachtingen van internationale media, maar ook voor de nodige kritiek van kunsthistorici. De initiatiefnemer, Silvano Vinceti, roept al sinds 2008 dat hij het mysterie zal ontrafelen van La Gioconda, zoals Italianen de Mona Lisa noemen. Hij haalde de wereldpers met de ontdekking van ‘een geheime boodschap’ van Leonardo da Vinci in de vorm van nauwelijks zichtbare letters in haar ogen en op de brug. Ook zou de schilder de neus van zijn leerling Gian Giacomo Caprotti hebben geschilderd, volgens sommigen de minnaar van Da Vinci. Vinceti’s claims zorgden voor stevige kritiek van verschillende kunstkenners, die er altijd op wijzen dat Vinceti zelf geen kunsthistoricus is.
Dat klopt: Vinceti is een journalist die tien jaar geleden op eigen houtje het ‘Nationale Comité voor de Ontwikkeling van Historisch en Cultureel Erfgoed’ oprichtte. Met grondig speurwerk tracht hij de hiaten te vullen in de levensverhalen van grootheden uit de Italiaanse geschiedenis. Daarbij laat hij zich helpen door erkende wetenschappers. Beroemd werd hij, toen hij in 2010 de begraafplaats van Caravaggio ontdekte in het Toscaanse dorpje Porto Ercole. DNA-analyse en koolstofdatering bevestigden toen zijn claims.
Ook dit keer hoopte Vinceti dat moderne technologieën zijn conclusies extra geloofwaardig zouden maken. Hij had zelfs een reconstructie van Gherardini’s gezicht beloofd, gebaseerd op DNA-analyse van haar botten en de vorm van haar schedel.
Die belofte kan hij niet waarmaken, blijkt op de dag van de persconferentie. Op een scherm worden de botten geprojecteerd die in theorie afkomstig kunnen zijn van Lisa Gherardini: een dijbeen, een knieschijf, wat teenkootjes en stukken ruggewervel. De schedel ontbreekt. Door de slechte staat van het materiaal is DNA-extractie onmogelijk en koolstofdatering levert slechts een zeer grove schatting op van de overlijdensdatum, namelijk tussen 1440 en 1640. Lisa Gherardini is bepaald niet de enige die in deze periode onder de kloostergrond verdween.
Vinceti, die naast Gruppioni in de verduisterde kloosterkapel zit, is niettemin dolenthousiast. Met veel gezwaai van armen neemt hij het woord over. “Dankzij de historische data die we hebben gevonden, is vrijwel zeker dat de botten inderdaad afkomstig zijn van Lisa Gherardini. Het onderzoek is dus wel degelijk een groot succes.”

Lees hier de rest van het verhaal, gepubliceerd op 2 oktober 2015 in NRC-Handelsblad.
Read more
Tuesday, September 29, 2015
Botten van 'Mona Lisa' misschien gevonden


Botfragmenten, opgegraven in een Italiaans klooster, behoren waarschijnlijk toe aan Lisa Gherardini. Dat is de vrouw die volgens sommigen model stond voor Leonardo da Vinci’s Mona Lisa. De beloofde reconstructie van haar gezicht blijft echter uit.

Dat maakte de Italiaanse historicus en journalist Silvano Vinceti donderdag bekend. Vinceti tracht al sinds 2006 het ‘mysterie van Mona Lisa’ te ontrafelen met behulp van archeologisch, antropologisch en historisch onderzoek. 

Louvre
Lisa Gherardini, gestorven in 1542, was de echtgenote van de Florentijnse koopman Francesco di Gioconda. Hij zou Da Vinci in 1503 de opdracht hebben gegeven tot het schilderen van het inmiddels wereldberoemde portret dat hangt in het Louvre in Parijs.

Al lange tijd bestond het vermoeden dat Gherardini was begraven in het Sint Ursulaklooster in Florence. Om dit vermoeden te staven, liet Vinceti de graftombes in de kloosterkapel openbreken en de ouderdom van de skeletten bepalen met behulp van koolstofdatering. DNA-onderzoek aan de botfragmenten, die op grond van hun ouderdom aan Gherardini zouden kunnen toebehoren, bleek echter onmogelijk door de slechte staat van de botten. Dat maakt het wetenschappelijke bewijs voor hun herkomst minder sterk. 

Ook het veel besproken plan om het gezicht van Gherardini te reconstrueren gaat, mede door het ontbreken van een schedel, niet door. Niettemin claimt Vinceti, op grond van historische documenten, dat de botfragmenten ‘vrijwel zeker’ toebehoren aan de Florentijnse koopmansvrouw.

Verschenen op vrijdag 25 september in NRC-Handelsblad

Op zaterdag 3 oktober verschijnt in NRC-Handelsblad mijn reportage over de belangen die bij het onderzoek een rol speelden.

Read more
Kopstuk: David Gianotten (OMA)

Hij ergert zich aan de gesloten hokjesgeest die hij hier soms tegenkomt. De wereld is namelijk niet zo zwart-wit als mensen graag geloven, zo ervoer hij tijdens vijf jaar leidinggeven aan de Aziatische afdeling van OMA (Office of Metropolitan Architecture) in China. TU/e-alumnus David Gianotten is weer terug in Rotterdam en inmiddels Managing Partner-Architect van OMA. Gezeten voor een traditionele kast uit Hong Kong vertelt hij, waarom een goede architect veel meer in huis moet hebben dan bouwkundig inzicht. “Ik wil de mensen begrijpen met wie ik om de tafel zit.”

David Gianotten doet niet zijn best om zijn fouten te verbergen. “Natuurlijk ben ik wel eens op mijn bek gegaan", zegt hij rustig. "Ons succesverhaal is mede gebaseerd op fouten maken.” De Managing Partner-Architect van ‘s lands beroemdste architectenbureau kan zoiets gerust zeggen, want de feiten spreken nogal voor hem: in de vijf jaar dat hij leiding gaf aan de vestiging van OMA in China, groeide het aantal werknemers er van twaalf naar ongeveer honderd. Het bedrijf bouwde een portfolio op met spraakmakende gebouwen als het Performing Arts Centre in Taipei en hij coördineerde de afbouw van het hoofdkwartier van de Chinese staatstelevisie in Beijing. Dat hij af en toe een steek heeft laten vallen, zal dus niemand hem kwalijk nemen. Zelf leerde hij er vooral van.
“We hadden een ontwerp gemaakt voor het West Kawloon Cultural District in Hong Kong”, vertelt hij ter illustratie. “Ons ontwerp was heel erg grassroots, gericht op de gebruikers van het gebied, waardoor we de publieke opinie ervoor hadden gewonnen. Zelfs onze concurrenten vonden ons voorstel het beste. Toch kregen we de opdracht niet, omdat we de belangen van de politieke opdrachtgevers fout hadden ingeschat. Voor hen was dit project een echte showcase, wat ook uit het ontwerp moest blijken. Foster&Partners en lokale concurrenten die dat wel begrepen kregen de opdracht. Als we meer oog hadden gehad voor die politieke kant van de zaak, had dat ons vijftien jaar werk opgeleverd. Zo’n fout maak je niet nog een keer.”

Gianotten is alweer een goed halfjaar terug in Nederland. In de hoek van zijn Rotterdamse kantoor staat een houten, zwart met rode kast die vreemd contrasteert met de strakke maquettes die erop staan. “Die heb ik meegenomen uit Hong Kong”, legt hij uit. “Ik kocht hem daar om ook Chinese elementen in ons kantoor te hebben. Voor klanten was dat belangrijk."
Het illustreert zijn visie op het vakgebied: om goede architectuur te kunnen ontwerpen, moet de architect zich bovenal inleven in de verwachtingen en behoeften van de opdrachtgevers. Een ontwerp van OMA moet méér bieden dan wat de opdrachtgever vraagt. “Wij zoeken altijd naar de vraag achter de vraag”, zegt hij. “Bij het Taipei Performing Arts Centre kregen we bijvoorbeeld het verzoek om drie grote theaters naast elkaar te ontwerpen. Toen we op de plaats gingen kijken, viel op dat de meest gebruikte nachtmarkt van de stad daar lag. Die levendige plaats van ‘lage cultuur’ moest volgens de opdrachtgevers wijken voor ‘hoge cultuur’. Wij hebben echter een ontwerp gemaakt dat die twee werelden aan elkaar verbindt. Iedereen kan nu het gebouw binnen gaan en het functioneren zien, ook zonder kaartje.”

Inzicht krijgen in de behoeften van de opdrachtgevers vereist veel meer dan technische vaardigheden en oog voor architectonische vormgeving. Al tijdens zijn studietijd in Eindhoven liet hij zich leiden door de wens om die aanvullende vaardigheden op te doen. In plaats van simpelweg het curriculum van de faculteit Bouwkunde te volgen, trok hij zijn eigen plan.
“Voor mijn ontwikkeling is het heel belangrijk geweest dat ik ook vakken kon volgen aan allerlei andere faculteiten, dingen die volgens mij belangrijk waren voor mijn vakgebied: businessprincipes van bedrijven, de sociale aspecten van ontwerpen, de manier waarop mensen een ruimte gebruiken, talenkennis. Ik wil namelijk de mensen begrijpen met wie ik om de tafel zit. Opdrachtgevers zijn vaak niet voor die taak geschoold, maar hebben ideeën die gehoord moeten worden. Je hebt sociale vaardigheden nodig om op die ideeën te reflecteren.”
Dat gaat zeker op in China, waar de opdrachtgever meestal nauw betrokken is bij het ontwerpproces. “Als ik iets ontwerp voor Shell, komt zelden de voorzitter van de raad van bestuur aan mijn tafel zitten. Maar toen we de Shenzhen Stock Exchange ontworpen, schoof de baas wekelijks aan om cruciale beslissingen in het project in de vergadering te nemen. De westerse benadering is om specialisten veel verantwoordelijkheid te geven en pas tegen het einde mee te praten over het ontwerp. In Azië heeft specialisme en expertise veel minder betekenis, daar gaat het om je ideeën en hoe je die wilt realiseren.”
Dat heeft niet alleen gevolgen voor het ontwerpproces, maar ook voor de besluitvorming die aan de opdracht voorafgaat. Zo kent Azië geen ingewikkelde aanbestedingsprocedures zoals in Europa. “In het westen vinden we het belangrijk dat iedereen evenveel kans heeft om de opdracht te krijgen. Opdrachtgevers kijken daarbij vooral naar ervaring: wat heb je in het verleden al gebouwd? In Azië kan die ervaring handig zijn om aan de tafel te worden uitgenodigd, maar je wordt er niet op beoordeeld. Het gesprek zal gaan over je ideeën: wat heb je te bieden?”
De afwezigheid van gereguleerde aanbestedingsprocedures maakt het Aziatische systeem wel vatbaar voor corruptie, geeft Gianotten toe. Toch velt hij er liever geen oordeel over. Sterker nog, hij ergert zich zichtbaar aan westerlingen die dat wél doen. “Ik heb zes jaar lang keihard geprobeerd om de cultuur te begrijpen en daar een rol in te vinden. Dat is gelukt. Er zijn genoeg bedrijven die daarin niet slagen, omdat ze alleen vanuit hun eigen modus operandus willen werken. De wereld is niet zo zwart-wit: democratie of niet-democratie, Oosten of Westen, Noorden of Zuiden. Ik snap dat mensen eraan vasthouden, maar zo zit de wereld niet in elkaar.”
Bovendien heeft de Aziatische aanpak een belangrijk voordeel waar Europa nog iets van kan leren: ook jonge mensen zonder indrukwekkend portfolio krijgen er kansen om hun ideeën te realiseren. Dat maakt de bouwwereld innovatiever. “De context is zo anders: in Europa kijken we naar wat we al gepresteerd hebben. In Azië gaat het over wat er nú nodig is: ze hebben er heel veel in te halen, dus de innovatie moet er sneller gaan. Ik zeg niet dat een van de twee werkwijzen beter is, maar gewoon anders.”

Zijn promotie tot Managing Partner van OMA bracht hem van ‘bouwput-China’ terug naar ‘bouwcrisis-Nederland’. Hij moet weer opnieuw integreren. Daarbij laat hij zich niet ontmoedigen door de mineurstemming in de bouw. “We zijn een land van klagers”, zegt hij lachend, “dat is nu niet anders dan toen ik vertrok. Het onderwerp is alleen veranderd.”
Gianotten ziet vooral kansen voor verandering, met name voor jonge mensen die niet denken in rolpatronen. Doorbouwen op wat tot nu toe is gedaan, werkt immers niet meer. “Procedures hebben hier de overhand, die sturen alle verwachtingen. In plaats van bij voorbaat ideeën als onmogelijk terzijde te schuiven, denk ik dat je eerst uit volle overtuiging voor een idee moet gaan en het eventueel later pas aanpassen.”
Op de vraag, welke in Azië opgedane leerlessen hij hier zou kunnen gebruiken, moet hij even nadenken. “Ik heb in Azië geen truc geleerd, geen methode die ik elders kan toepassen”, zegt hij langzaam, “maar ik ben wel veel rijker geworden in mijn manier van zoeken naar een oplossing. Als je wilt innoveren, moet je je openstellen voor andere denkwijzen en daar iets mee doen.”
Die open houding mist hij in Nederland soms. “Mensen die bijvoorbeeld zeggen dat nieuwkomers zich moeten aanpassen, vergeten dat iedereen zich moet aanpassen aan de samenleving zoals die is.” Architectuur kan bij dat integratieproces een rol spelen, denkt Gianotten. “Architectuur heeft een verbindende functie. Architecten kunnen publieke ruimten en gebouwen creëren waar mensen uit alle culturen en alle lagen van de bevolking elkaar kunnen ontmoeten. Interactie is de sleutel voor integratie.

Aan de Hong Kong University was hij een aantal jaren Visiting Professor. Binnen het schoolse, Chinese systeem stimuleerde hij studenten te zoeken naar wat hun eigen, unieke bijdrage aan de architectuur zou kunnen zijn. Nu hij weer hier is, zou hij graag een vergelijkbare rol vervullen voor Nederlandse studenten, wellicht in Eindhoven. Hoewel zijn keuze voor de TU/e indertijd voornamelijk praktisch was - zijn familie komt uit Brabant en hij kon op hoog niveau blijven voetballen - kijkt hij zeer positief terug op zijn studieperiode.
“Mensen zagen dat ik een eigen agenda had: ik wilde architect worden, maar wilde veel meer in mijn tasje hebben dan ontwerptechnieken. Decanen en docenten hielpen me daarbij en dat was ontzettend leuk. Een universiteit is niet een verlenging van school, maar een plek waar je ideeën en kennis vormt. In Eindhoven was dat vanzelfsprekend.”

Spraakmakend:

“Ik denk dat veel mensen hun geloof zijn verloren in de architectuur als kritische bijdrage aan de samenleving. Architectuur is veel meer dan een soort decorum.”

“Inventiviteit en kritiek horen onlosmakelijk bij elkaar. Als alles altijd van een leien dakje gaat, word je niet kritisch en ook niet inventief.”

“Niets is onmogelijk. Dat is wat anders dan the sky is the limit. Het gaat erom dat je vol moet gaan voor je ideeën.”


Loopbaan David Gianotten
David Gianotten (1974) is Managing Partner-Architect van het Office for Metropolitan Architecture (OMA), opgericht door de architect Rem Koolhaas. Sinds 2009 tot begin dit jaar gaf Gianotten leiding aan Aziatische OMA-projecten vanuit de vestiging in Hong Kong. Onder zijn verantwoordelijkheid bouwde OMA een portfolio op van indrukwekkende bouwwerken in China, zoals het Performing Arts Centre in Taipei, het Handelsgebouw van Shenzhen en het hoofdkwartier van de Chinese staatstelevisie in Beijing. Voordat hij zich in 2008 aansloot bij OMA, was hij onder andere Managing Director van SeArRC. Hij studeerde Bouwkunde aan de Technische Universiteit van Eindhoven, waar hij in 1998 afstudeerde. Gianotten is getrouwd en heeft twee kinderen.

Foto: Vincent van den Hoogen
Verschenen in Slash 12, september 2015
Read more
Tuesday, September 8, 2015
De perfecte powernap


Is de lunch net voorbij? U hoeft zich nergens voor te schamen. Van mij mag u dit blad alsnog zuchtend dichtvouwen en er uw knikkebollende hoofd op te rusten leggen. Ik weet hoe u zich voelt.
Nederlanders slapen namelijk steeds slechter, begrijp ik uit allerlei berichten in de media. Vooral het eindeloze gestaar naar lichtgevende schermen, vaak tot ‘s avonds laat, doet onze nachtrust de nek om. Natuurlijk zouden we onze smartphone voor het slapengaan gewoon kunnen verbannen naar de huiskamer, maar is nog een andere oplossing: het dutje na de lunch.
Afgelopen zomer verschenen verschillende wetenschappelijke publicaties over het belang en de helende werking van het hazenslaapje. Volgens onderzoekers van de universiteit van Sorbonne beperkt het de schade van een slapeloze nacht en aan de universiteit van Michigan ontdekten ze dat het werkstress en irritatie vermindert. Veel oudere onderzoeken toonden al overtuigend aan dat het dutje goed is voor ons geheugen en onze denkprestaties.
Het VUmc heeft onlangs een speciale ruimte ingericht voor deze ‘powernap’ en ook verschillende Amerikaanse universiteiten, de NASA en Google stimuleren werknemers al om de wereld na het eten wat vaker vanuit de binnenkant van hun ogen te bekijken. Het kan haast niet anders, of ook de Twentse campus biedt binnenkort verduisterde dutjeslokalen.  
In dat geval raad ik aan om meteen ook behoorlijke espresso-automaten in de ruimte te plaatsen. Caffeïne, zoals bekend goed voor de alertheid, heeft namelijk pas na ongeveer 25 minuten effect. Wetenschappers van de Loughborough University ontdekten al in 2007 dat een koffieshot vlak vóór de powernap het effect van beide versterkt. Vooral studenten die na een nacht lang doorhalen eens niet willen grijpen naar ritalin of amfetamine, raad ik die ‘nappuccino’ van harte aan.
Hoe lang zo’n dutje mag duren, daarover bestaat helaas academische onenigheid. Sommige artikelen spreken van 10 tot 20 minuten, andere 30, terwijl de NASA heeft besloten dat de perfecte powernap 26 minuten duurt. Beland je per ongeluk in de ‘diepe slaap’, dan ben je snel anderhalf uur verder. Laat je trouwens nooit wakker schudden door een collega: voortijdig ontwaken uit de diepe slaap veroorzaakt humeurigheid en slechte concentratie. Dat willen we nu juist wegnappen.
De perfecte dutjesduur is vermoedelijk een nogal persoonlijke aangelegenheid. Er zijn smartphone-apps die op grond van bewegingen analyseren in welke slaapfase we ons bevinden, maar daar zou ik me niet zo snel aan overleveren. Het vergt geduld, academische precisie en eindeloos experimenteren om het volmaakte hazenslaapje te doen. Ik stel voor om nu vast te beginnen, welterusten.

Dit artikel is verschenen in het septembernummer van het UTNieuws.

Read more
Lauwe Nachten


Waarom veertigers het weinig doen.

Waar is die dampende seks van in het begin gebleven? Wetenschapsjournalisten Aliëtte Jonkers en Enith Vlooswijk gaan op zoek naar de oorzaken van tanende seksdrift. 

'Wist je dat vrouwen opgewonden raken van vrijende primaten, terwijl dat mannen niets doet?'
'Verbaast me niks; primatoloog Frans de Waal krijgt brieven van dames die met een van zijn Bokito's willen neuken.'
'Nee!'
'Jawel, echt waar.'

We hebben het hierover uit puur wetenschappelijke belangstelling, gezeten aan een tafel langs de Utrechtse Oude Gracht. De afgelopen dagen hebben we met allerlei wetenschappers gesproken over de vraag die ons hevig bezighoudt: waarom worstelen veel veertigers met een ernstig tekort aan seks? Wij niet, natuurlijk. (Of nou ja, een beetje misschien) En het gros van de mede-veertigers die we hierover spreken ook niet. Of nou ja, vooruit, wel dus.

De rest van dit artikel valt te lezen in Volkskrant Magazine van 22 augustus, of over enkele weken op deze website.
Read more