Thursday, November 20, 2014
TECHNOPOETRY


In opdracht van Studium Generale van de Technische Universiteit van Eindhoven schreef ik tien poëtische impressies bij de foto's van fotograaf Bart van Overbeeke. Het waren foto's van technische onderzoeksopstellingen die ik daarnaast ook nog kort feitelijk beschreef.

De foto's en de teksten zijn nu te zien in de centrale hal van de TU Eindhoven. De expositie zal vervolgens waarschijnlijk doorreizen naar andere universiteiten.


BvOF 2014_1023_DP solar cell.jpg

Ze kwamen terecht in een landschap van kristallen.
Sommigen overleefden dicht opeengepakt,
anderen sleten hun dagen in eenzaamheid.
De thuisblijvers gingen over tot de orde van de dag
en vergaten de hele onderneming.
Niet elke missie brengt automatisch helden voort.

Erwin Kessels onderzoekt hoe hij met twee coatings de optische en
elektronische eigenschappen van de zonnecel kan optimaliseren. Dat
moet leiden tot een groter rendement van de cel. De kleuren ontstaan door
verschillende diktes van de coatings.
Faculteit Technische Natuurkunde, SolarLab.

BvOF 2010_0126_DL scheurgroei in polymeren.jpg

Een vlinder landde ooit
op de kleine ruit
en is nooit meer vertrokken.
Katten, vuil, weer en wind
trotseerden ze samen.
Alleen de tand des tijds
trekt alles wat mooi is
uiteindelijk kapot.

Polymeren worden door veroudering broos, waardoor plastic objecten kunnen stukgaan. Leon Govaert zoekt met collega's naar een methode om de vervorming en levensduur van allerlei soorten polymeren te voorspellen.
Faculteiten Werktuigbouwkunde, Scheikundige Technologie en Technische Natuurkunde, verscheidene vakgroepen (High Potential Research Program).

BvOF 2014_1020_CK elbow robot Sergio.jpg

Noeste tandwielen van roestvrij staal
die veren, moeren, bouten
met exact gedefinieerde vrijheidsgraden
robuust omhoog en omlaag
laten gaan.
Hij had kunnen werken met
lasapparaten,
maar liever trekt hij teder
een steunkous aan.

Janno Lunenburg werkt aan een zorgrobot, Sergio, die dankzij kracht- en positiesensoren beter in staat is om veilig met mensen om te gaan. Zorgrobots moeten in de toekomst het tekort aan verzorgend personeel opvangen.
Faculteit Werktuigbouwkunde, vakgroep Control Systems Technology.

Etc, etc.

Read more
Een garage in een roze schoen



Een pop met vlechten in het haar, een snoezig jurkje kant en klaar: daar is mijn dochter wel voor te porren. Maar wat voor effect heeft het geven van bepaalde cadeaus op de ontwikkeling van kinderen? Sinterklaas mag daar wel even bij stilstaan.

“Van mij, van mij, van mij!” Juichend en met de armen gespreid holt Maya (3) naar een doorzichtige bak in de speelgoedwinkel. Achter het plexiglas plukken Playmobil-prinsessen bloemen, ze rijden in koetsen en geven een baby de fles. Mijn dochter drukt haar neus tegen het glas om het biggetjesroze kasteel beter te bekijken. “Schitterend”, zeg ik met een geforceerde glimlach, “zullen we nu naar de Lego gaan kijken?”
Tot drie jaar geleden had ik alleen twee zonen. Rolbewust sinterklaascadaus kopen vond ik toen al best lastig. Moest ik nou echt een pop met roze kleren voor mijn oudste kopen om ook zijn verzorgende kant te stimuleren? Ik koos voor een knuffel. Gelukkig houdt zijn jongere broer Nemo van koken en flaneren, dus kreeg hij op zijn vierde een keukentje en een knalroze prinsessenjurk. Kon ik me toch nog op mijn feministische borst kloppen.

Sinds mijn dochter een eigen wil heeft, is alles ingewikkelder geworden. Dat de buitenwereld komt aanzetten met roze jurken en kasten vol poppen, is nog tot daar aan toe. Maar inmiddels ontwikkelt ook Maya zelf weerzinwekkend rolbevestigende voorkeuren. Als ik mijn peuter haar gang laat gaan, loopt ze straks alle dagen in een prinsessenjurk en getooid met glitterdiadeem te tutten met poppen. Moet ik daarin meegaan, omdat ze er zelf zo gelukkig van lijkt te worden? Of kan ik haar beter een speelgoedgeweer in de maag splitsen om tegengas te geven? En welk effect zou dat hebben op de ontwikkeling van haar gedrag?

De rest van het artikel is te lezen in het november-nummer van Opzij.

Read more
Iedereen aan het internet (echt íédereen)


Facebook wil miljarden internetlozen verheffen tot digitale wereldburgers met internet via drones of satellieten. Google wil hetzelfde, maar dan met ballonnen. Wie krijgt als eerste iedereen online?

Een haan kraait, geitenbellen klingelen en een Braziliaans jongetje fietst over een zandweg. Het korte filmpje van Google over Project Loon laat weinig aan de verbeelding over. Veel verder van ons digitale paradijs met overal highspeed internet kun je niet zijn. Nadat een wetenschapper heeft verteld dat meer dan honderd miljoen Brazilianen zijn verstoken van internet, volgt de camera een witte luchtballon die het luchtruim kiest. Prompt verschijnt de webpagina van Google op een digibord in een klas vol kinderen. Ze juichen. Wat Google wil zeggen: wij helpen iedereen online die dat nu nog niet is. Volgens de internetgigant gaat het om ruim vijf miljard mensen. Google is niet het enige bedrijf dat zo’n gigantische poel aan potentiële nieuwe klanten wel ziet zitten. In het document Connecting the World from the Sky schrijft Facebook- oprichter Mark Zuckerberg dat Facebook de armen en afgezonderden van deze wereld graag aan het net wil hangen.

De rest van dit artikel is te lezen in New Scientist, november 2014.

Read more
In Memoriam Apparatus: Minivisor (1975 - begin jaren tachtig)


Sommige apparaten worden te vroeg geboren. Toen de Minivisor ter wereld kwam, waren de gebruikers nog niet aan haar toe.

Bij haar geboorte was ze de lieveling van medisch technologen, het crême de la crême van de echoscopie. Artsen hadden daarentegen geen flauw benul wat ze met haar aan moesten.
De Minivisor was haar tijd veel te ver vooruit. Medici wenden juist aan het idee dat de echografie een goede manier was om menselijke organen in beeld te krijgen. Tot 1971 gebruikte een handjevol specialisten de M-mode-echografie: een techniek waarbij één enkele ultrageluidsbundel op het orgaan werd gericht. Om een volledige doorsnede van een orgaan te verkrijgen, moest een patiënt doodstil blijven liggen, waarbij de bundel steeds een stukje werd verschoven. Het resulterende beeld was modderig en een doorsnede maken van een bewegend hart zat er niet in.
Daarin kwam verandering toen de ingenieur Klaas Bom kwam werken bij de afdeling Cardiologie van het juist opgezette Thoraxcentrum van de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Daarvoor had hij ervaring opgedaan met geavanceerde SONAR-technieken bij de Nederlandse marine. Wat bij onderzeeërs al mogelijk was, zo redeneerde hij, moest ook in de geneeskunde te zijn toe te passen. Hij ontwierp een apparaat waarbij twintig ultrageluidbundels op een rij onderling elektronisch werden geschakeld. Het resultaat werd wereldnieuws in 1971: een echoapparaat dat een volledige doorsnede van een werkend hart in beeld bracht.
Het eerste commerciële exemplaar was zo groot als een koelkast. Vooruitziende geesten bij het Thoraxcentrum zagen het nut in van een draagbare versie met batterijen. Samen met Organon Teknika ontwikkelden ze de Minivisor: een grote, gele paddestoel waar de omzetter van de ultrageluidgolven en alle elektronica waren ingebouwd. Op haar ‘hoed’ droeg ze een beeldscherm zo groot als een flinke postzegel.
Wat een uitvinding! Gynaecologen hoefden de paddenstoel maar boven een zwangere buik te houden om leven te zien. Huisartsen en ambulancepersoneel konden haar overal mee naartoe nemen. De medici zelf haalden er hun schouders over op. Ze hadden vooral moeite de beelden te interpreteren. Tijdens hun opleiding hadden ze nooit geleerd hoe een gezond orgaan er op een echo uitziet, hoe zouden ze dan een afwijking moeten herkennen op het friemelschermpje van die paddenstoel? Organon gooide de ene na de andere vertegenwoordiger in de strijd om de artsen deze kennis bij te brengen, maar het mocht niet baten: het bedrijf kreeg ongeveer duizend exemplaren verkocht en gaf het uiteindelijk op. Pas in 1998 kwamen andere versies van draagbare echoapparaten op de markt.
Post mortem krijgt het mobieltje toch nog de eer die ze verdient: een Minivisor die een toenmalige projectleider van Organon Teknika bewaarde op zolder, is onlangs bijgezet in het Leidse Museum Boerhaave.  

De Volkskrant, Sir Edmund: In Memoriam Apparatus, 1 november 2014.
Read more
Blondje als rolmodel



Een blondine kijkt ons uitdagend aan. Als de camera een milimeter zou zakken, zagen we haar slip onder een veel te strak niemendalletje. Eén hand heeft ze in haar zij gezet en met de andere laat ze een metalen staaf rusten op haar schouder. Zou ze die straks gaan likken?
Het meisje op deze foto had ook op een Ferrari kunnen gaan liggen, of wulps kunnen happen naar iets met de vorm van een banaan. Maar nee, haar pumps staan op een vloer vol metaalkrullen. Ze is namelijk een ‘rolmodel’.

De ‘Women in Technology Kalender 2014’ staat vol met dit soort inspirerende foto’s. Het Rotterdamse detacheringsbureau Dosign Engineering brengt de kalender jaarlijks uit om vrouwelijke studenten ‘zich van hun beste technische kant te laten zien’. Vorige week werd bekend wie er op de uitgave van 2015 mogen pronken.

Het gaat heus niet alleen om het uiterlijk, zegt winnares Maijke Receveur in Cursor, het universiteitsblad van de TU Eindhoven. Ook de ‘inhoudelijke presentatie’ werd beoordeeld.  Wat bij daarbij de doorslag gaf, wist de studente Innovation Management helaas niet. “We hoorden een algemeen praatje dat we echte rolmodellen zijn om vrouwen te stimuleren in de techniek te stappen.”

Ik heb niets tegen korte jurkjes in de high tech industrie. Ik vraag me echter af, voor welk type vrouw deze studentes nu eigenlijk modelstaan. Bladerend door de kalenders zie ik namelijk uitsluitend meisjes, die alles behalve geïnteresseerd lijken te zijn in de machines waar ze tussen staan. Als ze er al iets mee zouden willen dóen - bijvoorbeeld het meisje dat losjes de slang van een hogedrukpomp vasthoudt - dan is het iets waar die dingen echt niet voor zijn ontworpen.

Misschien houden ze er gewoon een originele definitie van ‘rolmodel’ op na: een model, met wie je kunt rollebollen.

Read more
Grafschennis voor kennis


Om onsterfelijk te worden, kan het zeker geen kwaad om onder ongewisse omstandigheden dood te gaan. Niets is namelijk beter voor de mythevorming rondom iemands leven, dan wilde, niet te verifiëren verhalen over het einde ervan.
King Harold II, de laatste Angelsaksische koning van Engeland, had zo’n omstreden levenseinde. Hij zou gestorven zijn tijdens de Slag van Hastings op 14 oktober 1066. De strijd luidde de overheersing in van de Normandiërs over Engeland. Er is altijd onenigheid over geweest of hij gestorven is aan een pijl in zijn oog, of doordat vier ridders op hem inhakten en hem vervolgens vierendeelden. Volgens een derde theorie ging hij die dag helemaal niet dood, maar leefde hij nog veertig jaar door als kluizenaar. Op zijn sterfdag, afgelopen dinsdag, zijn archeologen gestart met een poging de waarheid voor eens en altijd te achterhalen. Het onderzoek begon met een terreinscan van de Waltham Abbey Church in Essex, waar hij begraven zou zijn.
Het is een trend: de ene na de andere beroemdheid werd de afgelopen jaren uit zijn graf getrokken om een mythe de nek om te draaien. Zo bleek de Chileense dichter Pablo Neruda helaas niet vergiftigd te zijn door politieke tegenstanders, net zo min als de Deense astronoom Tycho Brahe. Deze stierf in 1601 vermoedelijk aan een lullige urineweginfectie. Zelfs onze eigen Willem van Oranje bleek door een kogel in zijn hart veel te snel dood om zijn beroemde ‘laatste woorden’ uit te kunnen spreken: ‘Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk!’ Hij viel gewoon dood neer, klaar.
Gewapend met CT-scans, DNA-onderzoek en neutronenactivering helpen wetenschappers zo het ene na het andere fantastische verhaal om zeep. Gelukkig zijn er altijd complotdenkers die zulk onderzoek halsstarrig in twijfel trekken. De menselijke verbeelding laat zich niet zo gemakkelijk kisten.  

De Volkskrant, Sir Edmund: De week in de wetenschap, 18 oktober
Read more