Thursday, July 3, 2014
In Memoriam: Costa Concordia (2006-2012)



Het noodlot stond in haar sterren geschreven. De Costa Concordia was vanaf haar tewaterlating een ongeluksschip.

Ze hadden haar moeten slopen, voordat ook maar iemand een voet aan boord zette. Dan had Dockwise, dochteronderneming van het Nederlandse Boskalis, zich nu de moeite kunnen besparen. Vraag het de bijgelovige zeelui van Civitavecchia, het Italiaanse havenplaatsje waar ze op 7 juli 2006 werd gedoopt. Toen het hoogblonde model Eva Herzigová de fles champagne richting haar boeg wierp, bleef de fles ongehavend bungelen in de lucht. Een duidelijker voorteken bestaat er niet.

De eigenaar van het ongeluksschip, de cruise-organisatie Costa Crociere, besloot het voorval te negeren. Niet zo vreemd ook, gezien de 450 miljoen euro die ze voor de dame hadden neergeteld. Ze noemden haar 'Costa Concordia', opdat ze de gewensde eendracht van de Europese naties zou symboliseren. Haar dertien dekken waren vernoemd naar lidstaten van de Europese Unie.  

Afgezien van haar naam deed niets aan Concordia overigens denken aan hogere Europese waarden, hoewel grenzeloze consumptie natuurlijk ook een waarde is. Ze was vooral gigantisch: ruim 290 meter lang en 35 meter breed, groot genoeg om 3.780 gasten en 1.100 bemanningsleden van overdadige luxe te voorzien. Ze verwende haar passagiers met een theater van drie verdiepingen, een casino, een disco, een wellness-centrum, vier zwembaden, een kinderafdeling met videospelletjes, vijf restaurants en dertien bars, allemaal uitgevoerd in blinkend groen, roze, blauw en veel goud. Op elke traptrede gloeiden lichtjes.  

Twee jaar oud was ze, toen ze tijdens een storm een aanlegsteiger in Palermo ramde. Niemand stond er lang bij stil, want gewonden vielen er niet.
We hadden pas echt wantrouwig moeten worden in de zomer van 2009. Vijftien passagiers moesten toen het schip voortijdig verlaten, allen behoorlijk ziek en vermoedelijk besmet met het vogelgriepvirus. De eerste dode viel een paar maanden later. Een 33-jarige Rus verdronk in de nacht van 3 op 4 mei 2010, ergens bij de Franse kust. De toedracht is onbekend, maar men vermoedt dat de man zelfmoord pleegde. Misschien werd de dagelijkse ochtendgymnastiek met gezette bejaarden hem te veel, of wilde hij tijdens het eten niet langer worden gadegeslagen door zeemeerminnen, kunstig gesneden uit parmezaanse kaas.

Zelfs toen ze dat najaar een hijskraan in Savona uit evenwicht bracht, waardoor het gevaarte bijna op haar dek viel, bleef het grootste cruiseschip van Italië onverminderd populair. Concordia beloofde immers, zoals een reclamefilmpje uit die tijd adverteerde, 'tutto relaks', oneindige ontspanning. Laat maar lekker waaien. Juist die houding zou 32 opvarenden twee jaar later het leven kosten.

Het was een rustige avond, januari 2012. De kapitein van het cruiseschip, Francesco Schettino, bedacht dat het wel leuk zou zijn om extra dicht langs de kust van Isola del Giglio te varen, bij wijze van groet aan een gepensioneerde collega. De rest van het verhaal is bekend: Concordia haalde haar flank open aan de rotsen. Branddeuren die dicht moesten zijn, bleken open te staan - lekker makkelijk voor het personeel. De gasten, van 62 nationaliteiten, bleven eendrachtig te lang aan boord, terwijl de kapitein vluchtte. Die nacht maakte Concordia waar wat zes jaar eerder al duidelijk had moeten zijn. Haar sterfdag: vrijdag de dertiende.

In: De Volkskrant, Sir Edmund, 28 juni 2014
Read more
Tuesday, June 17, 2014
In Memoriam: Loon Balloon


Gehoorzaam doen wat je behoort te doen is een apparaat niet altijd gegeven. Een Loon Balloon van Google stierf onlangs door zijn eigen dwaze actie.

Het licht ging veel te vroeg en onverwachts uit. Al om één uur 's middags raakten verschillende huishoudens in het Amerikaanse stadje Yakima verstoken van elektriciteit en het duurde tot zes uur voordat de lampen weer brandden. Loon Balloon, een enorme luchtballon van Google, was tijdens een doldwaze afdaling verstrikt geraakt in elektriciteitsdraden.

Loon nam deel uit van 'Project Loon', een even maf als geheimzinnig project van internetgigant Google. Doel van het project: internet verspreiden onder allen die hiervan nog altijd verstoken zijn - volgens Google ongeveer vijf miljard zielen. Zij die buiten het bereik wonen van satellieten en internetkabels, zullen hun signalen in de toekomst misschien ontvangen via op afstand bestuurbare luchtballonnen, die op twintig kilometer hoogte meevliegen met windstromen in de stratosfeer. Het principe is simpel: antennes bij de mensen thuis ontvangen radiosignalen van overvliegende ballonnen, die hun signalen weer ontvangen van elkaar en van een basisstation dat verbonden is met een locale internetprovider. Dan moeten de ballonnen echter wel netjes in de lucht blijven. Google wil niets kwijt over de ballon in Yakima en de omstandigheden die leidden tot zijn dood. Wel weten we, dat de ballonnen hun naam eer aan doen. Loon was niet de eerste ballon die zo gek was om af te wijken van zijn instructies.

Al op 16 oktober 2012, twee jaar voor de officiële start van het project, veranderde een eigenwijze proefballon doodleuk van koers. Zijn zotte actie veroorzaakte veel opwinding in het plaatsje Pike County, Kentucky, waar de politie die dag werd overstelpt met telefoontjes van mensen die een 'buitenaards ruimteschip' hadden waargenomen. Dagen later vond Google de ballon weer terug in Canada, dankzij enthousiaste UFO-trackers.
Andere proefballonnen lieten dezelfde vreemde fratsen zien. In een filmpje over het project noemt een medewerker van Google het terugvinden van zulke ballonnen minstens zo moeilijk als het ontwerpen ervan. Niettemin vindt Google de resultaten tot nu toe hoopgevend. Begin april maakte een van de Loons een reis om de wereld in 22 dagen. Het was wel een klein rondje, vanaf Nieuw Zeeland om Antartica heen, maar toch. Later dit jaar moeten de ballonnen een luchtketting boven de zuidelijke breedtegraad vormen, zodat proeftesters in dit gebied continu ballon-internet kunnen ontvangen.

Ruim voordat Loon Yakima in rep en roer bracht, was hij opgestegen vanuit een woestijn in noordelijk Nevada. Hij droeg zonnepanelen met zich mee voor zijn energievoorziening, elektronica, plus een luchtpomp om te kunnen dalen en stijgen naar luchtlagen die hem in de juiste richting zouden voeren. Hij was, kortom, klaar om honderd dagen rond te drijven aan het firmament. Maar zoals dat dolle ballonnen soms eigen is, verloor hij de lust daartoe al snel. Misschien doordat zijn lithium-ionbatterijen zeurden over de extreme kou, of vanwege scheurtjes in zijn vijfhonderd vierkante meter omspannende plastic lijf. Misschien kreeg hij gewoon de lente in zijn bol. In elk geval liet Google de Amerikaanse luchtvaartdienst op dinsdag 27 mei alvast weten dat de ballon de volgende dag omlaag zou komen. Op zijn eigen, gekke manier.
Read more
RoboCow


Robots, computers, apps, gps, sensoren, camera's, ledlampen en zelfs drones doen hun intrede in de agrarische sector. Ze plukken, melken, schoffelen, spuiten, voeren, genezen en ze zijn de ogen en neuzen van de boer. Zo kan precisielandbouw worden bedreven. 

Nadat een tsunami van zout water vele hectares grond onbruikbaar had gemaakt, besloot Japan de landbouw over een nieuwe boeg te gooien. Als de zilte grond eenmaal is verwijderd, verrijst in de provincie Miyagi, tweehonderd kilometer ten noorden van Tokyo, een door robots gerunde boerderij. Geen mens hoeft er zijn handen nog vuil te maken: het zaaien, schoffelen, ploegen, spuiten en oogsten komt volledig voor rekening van autonome machines. Insecticiden maken plaats voor ledlampen, terwijl de koolstofdioxide uit de motoren van de robots wordt teruggewonnen en naar de planten gaat. De robots zullen rijst, sojabonen, tarwe, fruit en groenten verbouwen. Bedrijven als Panasonic, Hitachi, NEC en Fujitsu werken mee aan het zesjarige project, waar 130 miljoen dollar mee is gemoeid.

Toegegeven, meer concreets dan deze science fiction-achtige plannen valt er nog niet te melden. Maar wie rondkijkt in de landbouwsector, moet concluderen dat het Japanse plan een teken aan de wand is. Ook de Nederlandse landbouw is hard bezig met robotiseren.
Vooral de glastuinbouw heeft weinig meer weg van de nostalgische boerderijplaatjes die onze peuters nog krijgen voorgeschoteld. Het sorteren, afvoeren en opstapelen van geplukte groenten gebeurt allang automatisch, net als het verspenen van planten. Aan het plukwerk komen nog altijd veel menselijke handen te pas, maar ook die zullen vermoedelijk uit de kassen verdwijnen. Zo testen Wageningse onderzoekers momenteel een autonome paprika-oogstrobot, die rond september af moet zijn. Binnen hetzelfde Europese project (CROPS) werken de onderzoekers aan volautomatische appel- en druivenoogsters, en aan autonome spuitrobots. Elk van de oogstrobots moet met beperkte aanpassingen ook zijn om te bouwen tot oogster van andere gewassen. Laten we het verbouwen van onze groenten binnenkort wellicht volledig over aan machines? Gezien het mensonvriendelijke klimaat waar planten het best in gedijen - flink warm, hoge concentratie koolstofdioxide - zou dat de productie vast ten goede komen.

Erik Pekkeriet, projectmanager bij Plant Research International in Wageningen, waagt zich niet aan ferme voorspellingen. “Maar er is nog een wereld te winnen en dat gaat gebeuren ook.”
Pekkeriet heeft het niet alleen over robotiseren, maar vooral over smart farming, slim boeren dus. ‘Slimme’ boeren laten lichamelijke klussen die een mens op de automatische piloot doet - maaien, zaaien, oogsten, spuiten, voeden, melken - zo veel mogelijk uit handen nemen door machines. Op die manier kan het bedrijf worden opgeschaald, zonder dat er meer duurbetaalde arbeidskrachten nodig zijn. 

Daarnaast bedrijven agrarische slimmeriken precisielandbouw: elk dier en elk gewas krijgt precies de hoeveelheid verzorging, voedsel, bestrijdingsmiddelen, of medicijnen die het op dat moment nodig heeft. Niet een hele veestapel preventief met antibiotica behandelen dus, maar alleen het dier dat dit nodig heeft. Niet alle tomatenplanten bespuiten, maar alleen de exemplaren die anders het loodje leggen. Dat is beter voor het milieu en voor de portemonnee van de agrariërs zelf.
“We telen steeds meer op het randje”, zegt Pekkeriet. “We besparen energie door de ramen zo lang mogelijk dicht te houden, wat warmte en een hoge concentratie koolstofdioxide oplevert. Daar gaat de productie van omhoog, maar ook de luchtvochtigheid. Daardoor is er een grotere kans op ziekten, zoals schimmels. Die kun je chemisch bestrijden, alleen wordt ongedierte steeds vaker biologisch bestreden met roofmijten, hommels en kevers. Als je de hele kas met bestrijdingsmiddelen bespuit, sterft de hele populatie. Hetzelfde geldt trouwens ook bij boomgaarden en akkerbouw.”

De spuitmachines waar Wageningen aan meewerkt, spuiten uitsluitend op de plaatsen waar het nodig is. Dat zou minimaal 85% aan bestrijdingsmiddelen schelen.
Dat is uiteraard alleen mogelijk als de spuitrobot weet waar hij moet richten. 
Hetzelfde geldt voor alle andere toepassingen van smart farming: kennis is de crux van het systeem. Wat boeren bij kleinschalige landbouw moeten weten om hun werk goed te doen, bekijken ze met hun eigen ogen, ruiken ze met hun eigen neus en voelen ze met hun eigen handen. In een grootschalige, meer complexere omgeving vervangen gps, sensoren en camera's deze menselijke zintuigen.

Zo zou een rondvliegende drone met een camera de detectie van plantenziekten kunnen verbeteren. “Als nu ook maar een beetje ziekte wordt waargenomen, gaan vaak alle ramen open om de luchtvochtigheid omlaag te brengen”, legt Pekkeriet uit. “Beter is gericht te ventileren waar dat nodig is. Bovendien merkt iemand de ziekte pas op als hij door de kas loopt. Vaak is het dan al te laat.”

Experimenten om drones in te zetten als vliegende plantensurveillanten, lopen al in Wageningen. Technieken om plantenziekten automatisch op te sporen, zelfs al eerder dan een mens zou kunnen, zijn in ontwikkeling. Pekkeriet vertelt over spectrale analyse, een techniek om stoffen in planten, fruit of groente te detecteren door er licht van een bepaalde golflengte op te richten. De kleur van het licht dat wordt teruggekaatst, kan iets zeggen over de aanwezigheid van stoffen als suiker, vetten, eiwitten, antioxidanten, enzovoorts. Ook ziekten zijn aan de kleur soms goed te herkennen. “In onderzoek zijn al goede successen geboekt bij de opsporing van ziekten en plagen, of gebrek aan voedingsstoffen. Dat kan binnen twee jaar breed worden toegepast.”

Al die machines verbruiken wel energie. Drukt dat de duurzaamheid niet? Volgens Pekkeriet valt dat wel mee. “We hebben pas een kas ontwikkeld die een kwart van de energie gebruikt van een gebruikelijke kas. Dat was een dure kas, hoor, maar de productie lag even hoog. Dat lag ook aan de intelligente teelt.”



Ook buiten op de akkers rukken de robots langzaam op. De eerste volautomatische aspergesteek-robots zijn in Nederland en Frankrijk al in gebruik. Er zijn schoffelmachines op de markt die om de goede planten heen schoffelen en de benodigde schoffeltijd decimeren. Autonoom rondrijdende trekkers bestaan al een jaar of vijftien. Door nauwkeurige gps-systemen kan de boer in nauwkeurige, niet overlappende banen zaaien, bemesten, oogsten en ziekten behandelen. Toch zijn autonome trekkers in Nederland nog niet op de markt, weet Eldert van Henten, professor Farm Technology aan de Universiteit van Wageningen.   

“De boer moet nog altijd op de machine zitten om de veiligheid in de gaten te houden en te beoordelen wat de machine heeft gedaan. Google is inmiddels wel heel ver met zelfrijdende auto’s in het verkeer. Die technologie kan ook in de agrarische sector worden toegepast.”
Overigens vermoedt Van Henten dat grote, autonome trekkers uiteindelijk niet de toekomst hebben. De huidige bemande alleskunners op grote trekkerswielen zijn zulke zware kolossen, dat ze bodemverdichtingg veroorzaken en bij nat weer het land niet meer op kunnen. “Lang was de trend in akkerbouw: groot, groter, grootst. De mens is het duurste onderdeel op de machine, dus zet je een machine in die zo effectief mogelijk gebruikmaakt van de menselijke capaciteit. Als de factor mens op de machine verdwijnt, kunnen de machines ook weer kleiner worden. Een zwerm van tien kleine robots kan dan evenveel doen als een grote. De boer kan dan beginnen met kleinere investeringen en in de loop der jaren uitbreiden. Het is ook geen ramp als er eentje uitvalt.”

Robots die stilstaande planten verzorgen en aardappelen rooien, dat is nog wel voorstelbaar. Maar hoever kun je gaan in het robotiseren van een melkveehouderij? Best ver, weet melkveehouder Gerard Meerkerk uit eigen ervaring.
“Zeker mijn gezonde koeien zie ik nauwelijks meer. Sensoren hebben mijn waarnemingen overgenomen en ik controleer dat alleen nog.”

De koeienstal van Meerkerk staat in het Drentse dorpje Emmer-Compascuum. Momenteel heeft hij honderdveertig koeien en dat zullen er volgend jaar twee keer zo veel zijn. Ter vergelijking: een gemiddelde Nederlandse veehouder heeft nu zo’n 75 melkkoeien. Toch werkt de man zich niet het apenzuur - sterker nog, ‘s winters kunnen de middagen knap saai zijn. Een schoonmaakrobot, twee melkrobots, een voederrobot, automatische koeienborstels en allerlei (bio)sensoren aan en om de dieren heen nemen een behoorlijke hoeveelheid fysiek werk uit handen. “Ik ben veel meer manager dan een boer vroeger was. Als ik op mijn computerscherm kijk, zie ik alles wat ik over mijn koeien wil weten: hoeveel melk ze geven, maar ook of ze tochtig zijn, op gewicht blijven, een ontsteking hebben, hoe actief ze zijn. Als ik een dagje weg ben, bekijk ik het op mijn app.”  



De stal van Meerkerk is nu nog een uitzondering: ongeveer een op de zes Nederlandse melkveehouders heeft tegenwoordig een melkrobot. Voederrobots zijn al zeldzamer en de combinatie van alle machines vereist zo’n grote investering, dat een gemiddelde veehouder daar nog niet snel aan begint. Veel boeren missen de ruimte om uit te breiden, maar vaak ook ontbreekt de wil om veel werk uit handen te geven.
In landen als China en Indonesië liggen de zaken wel anders. Daar bezit een veehouder snel duizenden dieren.

“Nederlandse boeren zijn niet zo happig op een dergelijke schaalvergroting”, zegt Kees Lokhorst, onderzoeker Smart Farming bij Wageningen UR. “De impliciete redeneertrant is: de boer kan niet meer dan zoveel dieren aan. We zeggen toch ook niet: de ondernemer kan niet meer dan zoveel mensen aan? Het is altijd een keuze: zelf harder werken, personeel inhuren, werk uitbesteden, of robotiseren. Waar het om gaat, is dat je als veehouder kunt garanderen dat ieder dier op tijd de zorg krijgt dat het nodig heeft. Schaal is dan een afgeleide.”

Als de Chineze boeren werk maken van robotisering - er zijn geruchten dat China grote plannen heeft op dat gebied - worden de Nederlandse boeren dan niet weggeconcurreerd? Volgens Lokhorst is dat niet de juiste vraag.  

“Waar het om gaat, is hoe we in de toekomst negen miljard mensen kunnen voeden. Er komt overal meer welvaart en de geschiedenis leert dat er dan ook meer eiwitopname komt. Hoe produceren we twee keer zoveel voedsel met twee keer zo weinig middelen, op een duurzame manier?”
Het is een retorische vraag, want het antwoord is volgens Lokhorst overduidelijk: door slim te boeren.

In: De Volkskrant, Sir Edmund (Wetenschap), 14 juni 2014
Illustratie: Izaak Besuijen



Read more
Thursday, June 5, 2014
In Memoriam: Nereus (2008 - 2014)



Hij reisde onverschrokken naar oorden waar geen mens durfde te komen. De laatste die hem zag was een zeekomkommer.

Altijd verder, altijd dieper, dat was waar Nereus voor stond. Hij wist dat elke ontdekkingsreis zijn laatste kon zijn, maar dat weerhield hem niet op zoek te gaan naar nieuwe levensvormen, duizelingwekkend diep verscholen in de oceaan.

Kenners noemden hem ook wel het ‘Zwitserse zakmes’ van de diepzeeboten. Dit vanwege de vele instrumenten die hij met zich mee de diepzee introk: allerlei sensoren, ledlampen, een diepte- en magnetometer, camera’s, sleepnetten en een grijparm met zuigslurf. Met die zaken kon hij onder meer gedetailleerde foto- en filmopnames maken, de temperatuur en chemische samenstelling van vloeistoffen meten, de zeebodem in kaart brengen, stukken rots en bodemgruis verzamelen en levende wezens van de zeebodem schrapen.

Zijn naam verwees naar een gelijknamig Grieks mythologisch zeewezen dat van vorm kon veranderen. In zekere zin kon de onderzeeër dat ook: soms was hij een op afstand bestuurbare slaaf, met een kabel verbonden aan een moederschip op het zeeoppervlak. Net zo makkelijk veranderde hij echter in een autonome robot, die de oceaanbodem op eigen houtje verkende.
De verwachtingen omtrent zijn prestaties waren vanaf het begin hoog. Zijn speurwerk moest niet alleen licht werpen op het leven in de oceaan, maar ook op het ontstaan van leven in het algemeen, op aarde en elders. In mei 2009 dook hij in de Marianentrog, meer dan elf kilometer onder de zeespiegel in de Pacifische oceaan. In die diepst mogelijke diepte maakte hij als eerste ruim tien uur lang beeldopnames en verzamelde geologisch en biologisch materiaal. Vier jaar later dook hij in de Caraïbische zee om Mid-Cayman Rise te verkennen, een gebied waar twee aardschollen tegen elkaar botsen. Omdat het binnenste van de aarde er omhoog borrelt, is het op sommige plaatsen wel vierhonderd graden celcius. Nereus maakte er kennis met levensvormen die, net als hij, last hadden van hitte, noch zuurstofgebrek.  

Dergelijke successen schroefden de academische verwachtingen telkens een beetje verder op. Niemand stond er meer bij stil, dat de druk zelfs voor een onderzeeheld als Nereus ooit te groot zou kunnen worden.


Zijn laatste missie, uitgevoerd onder het Woods Hole Oceanographic Institution (WHOI), voerde hem naar de Kermades Trench, een nooit eerder onderzocht zeebekken ten noordoosten van Nieuw Zeeland. Het onderzoek verliep voorspoedig, toen op 9 mei 2014 het noodlot toesloeg. Nereus bevond zich op dat moment bijna tien kilometer onder de zeespiegel en was juist bezig een zeekomkommer te overtuigen zijn lichaam te doneren aan de wetenschap. Of de zeekomkommer toestemde, zal altijd een raadsel blijven: de camerabeelden die Nereus naar het moederschip stuurde, werden plotseling zwart. Niets aan de hand, dachten de onderzoekers aanvankelijk. Ze hadden wel vaker te maken gehad met technische storingen. Maar toen hun pogingen om opnieuw contact te maken met de onderzeeër op niets uitliepen, werden ze ongerust. Een dag lang zochten ze vergeefs naar de dappere duiker, tot plastic brokstukken van Nereus boven water kwamen drijven. Wetenschappers vermoeden dat de held is geïmplodeerd: de hoge druk van zijn werkomgeving werd hem uiteindelijk fataal.

Uit: De Volkskrant (Sir Edmunt), 24 mei 2014
Read more
Monday, June 2, 2014
In Memoriam Apparatus: Maruti Suzuki 800



Maruti Suzuki 800 (1983 - 2014)


Apparaten die niet meegaan met de tijd, leggen snel het loodje. De onooglijke Maruti Suzuki 800 wist die wet maar liefst dertig jaar te tarten.


Laten we er niet omheen draaien: hij was een klein, gedrongen, lelijk scharminkel. Snel ging hij ook al niet: hoewel zijn snelheidsmeter 150 km per uur beloofde, bleef het pijltje altijd steken bij de 120. Maar wat was hij robuust! De allereerste Maruti Suzuki 800 die in 1983 werd verkocht, schijnt nog altijd dapper rond te tuffen in Delhi.


De eigenaren, Harpal Singh en Gulshanbeer Kaur, kregen de sleutels indertijd plechtig overhandigd door de premier van India, Indira Gandhi. Het verhaal gaat dat Gandhi tranen in de ogen had van ontroering: het kleine wagentje was immers gemaakt voor ‘gewone’ mensen, die zo de kans kregen hun steentje bij te dragen aan een krachtiger India. Op archieffoto’s is geen traan te bespeuren, maar het klopt dat auto’s tot dan toe vooral waren weggelegd voor rijke Indiërs.


De ‘Maruti’, zoals de auto vaak kortweg werd genoemd, was inderdaad spotgoedkoop. Hij kostte indertijd ongeveer 50.000 roepies, zo’n zeshonderd euro. Het wagentje had veel weg van de Suzuki Fronte uit 1979. Dat was geen toeval, want hoewel hij gemaakt was door het Indiase staatsbedrijf Maruti Udyog Limited (MUL), had het Japanse Suzuki een minderheidsbelang in de onderneming. Later kochten de Japanners het overheidsaandeel uit.


Zijn gebrek aan uiterlijke schoonheid compenseerde hij nou niet bepaald met een krachtige motor. De Maruti had een 3 cilinder 800 cc benzinemotor, 45 pk, waarmee hij in 18,8 seconde optrok tot 100 kilometer per uur. Stuurbekrachtiging ontbrak, waardoor inparkeren behoorlijk wat spierballenwerk kostte. Een tweede generatie Maruti’s mocht dan airconditioning hebben, maar dat was niet de reden waarom India verliefd op hem werd. Wat dit onooglijke wagentje voor de middenklasse zo charmant maakte, was zijn bescheidenheid: voor ruim twintig kilometer snelwegpret dronk hij slechts 1 liter benzine.
De Maruti gaf India vier wielen, schrijft de automobiel-pers vaak. Sceptici meenden in 1983 nog dat MUL schromelijk optimistisch was door een fabriek te plaatsen voor de vervaardiging van 100.000 exemplaren. De voorgaande tien jaar hadden de Indiërs hoogstens 40.000 auto’s aangeschafd! Het wagentje werd echter zo’n hit, dat er wereldwijd uiteindelijk zo’n 2,87 miljoen Maruti’s verkocht zouden worden, waarvan ruim 2,66 miljoen in India. Zijn succes vormde het startsein voor de Indiase auto-industrie om over te stappen van onderdelen naar de productie van kleine wagens.

Ruim dertig jaar en vier generaties later is de Maruti vrijwel geen spat veranderd. Dat tekent en siert het kleine misbaksel, maar de wereld om hem heen is niet dezelfde als in 1983. Een even goedkope Suzuki Maruti Alto ontnam hem in 2004 de titel van publiekslieveling. Maar vooral strengere emissienormen deden hem de das om. In 2010 mocht hij in de 13 belangrijkste Indiase steden niet meer verkocht worden. Toen ook de rest van India zijn neus ophaalde voor zijn uitlaatgassen, werd zijn lot bezegeld. De laatste Maruti 800 rolde in februari 2014 uit een fabriek in Gurgaon.

In: De Volkskrant (Sir Edmund), 31 mei 2014
Read more
Friday, May 16, 2014
In memoriam: Victoria 5



Veel apparaten trekken een tijdperk met zich mee het graf in. De dood van Victoria5 sloot een stukje analoge filmgeschiedenis af.

(De Volkskrant - Sir Edmund, 10 mei 2014)

Victoria 5 (1975-2014)

Voor duizenden mensen maakte ze de wereld groter, mooier en spannender dan de werkelijkheid ooit kan zijn. Klassiekers als The Godfather, Rocky, Pulp Fiction en E.T. zoog ze diep in en projecteerde ze zacht snorrend op het filmdoek.
Victoria5 was van Italiaanse komaf. Haar wieg stond in een Milanese productiehal van Cinemeccanica, bekend om de scherpe prijzen voor filmprojectoren van een redelijke kwaliteit. Niemand zou haar een Rolls-Royce onder de projectoren hebben genoemd, maar ze werkte naar behoren en met stijl. Haar autonome aard, voortkomend uit een voor die tijd bijzondere intelligentie, maakte dat het Haagse Metropole Theater haar in 1976 adopteerde.
Films bestonden toen nog uit duizenden beelden op een celluloid film van 35 mm breed. Het lint was aan de zijkanten geperforeerd, zodat het precies op de tandwielen in de projector paste. Daarmee trok Victoria5 de film vanaf een grote spoel haar binnenste in, tot voor het filmvenster. Door 24 opeenvolgende plaatjes per seconde voor de lens te zetten, ontstond de illusie van bewegend beeld.  
De Haagse bioscoop was juist gerenoveerd: het enorme auditorium uit de jaren dertig was opgedeeld in vijf afzonderlijke filmzalen. Victoria5 kwam in zaal twee te staan. Ze was zo’n type dat uitstekend functioneert in eenzame afzondering. De operateur kon haar van tevoren zo programmeren, dat ze op eigen houtje de lens veranderde wanneer het voorprogramma was afgelopen. Als geboren multi-tasker gaf ze dan ook nog een seintje aan de automaat om de zaalverlichting en de afmetingen van het filmdoek te wijzigen. Op die manier konden in meerdere zalen tegelijk films worden getoond, zonder dat zich overal een operateur bevond.
Het programmeren gebeurde op donderdagochtend, als de operateur losse rollen filmbeeld aan elkaar plakte en om de spoel wikkelde. Met koperen stickertjes op de randen van de film gaf hij aan waar Victoria5 actie moest ondernemen. Zodra haar sensor zo’n sticker voelde, wist de hightech tante wat haar te doen stond.
Toen de Haagse bioscoop in 2004 werd gesloten, verhuisde Victoria5 naar het Bio Vakantieoord in Arnhem. Het vakantieverblijf voor kinderen met een handicap, ooit opgericht door de Nederlandse bioscoopbond, heeft een filmzaal waar rolstoelen en zelfs bedden in passen. Victoria5 wierp eens per week haar licht op het witte doek, soms voor maar twee verwonderde snoetjes. Die bescheiden bezoekersaantallen deerden haar niet. Met onverminderde overgave dompelde ze de kinderen onder in een wereld waar lichamelijke beperkingen even niet meer bestonden.
Vanaf 2012 werden de voorstellingen zeldzamer. Alle Nederlandse bioscopen stapten dat jaar over op digitale projectoren, omdat een groeiend aantal films op dvd uitkwam. Victoria5 viel noodgedwongen in herhaling met films die het Bio Vakantieoord nog in bezit had: Shrek1, Asterix en Obelix, Johnny English. Ze functioneerde nog uitstekend, maar een vernuftige Italiaanse was ze allang niet meer.
Toen het vakantieoord in februari 2014 een digitale projector ontving van JT Amersfoort, viel het doek definitief voor Victoria5. Ze was een van de laatst werkende analoge projectoren in de Nederlandse bioscopen.

Read more